|
 |
Miene tied
Ik laeve op de grenze
van
wat is ewès en kommen
geet.
Veurbieje dinge holt mie
an
en wat ter kump dat wet
ik neet.
Ik schoeve met de tied
verdan,
umdat wat was neet meer besteet
en ik de tied neet
griepen kan,
want hee verdwient mèt
da'j um eet.
De tied, dat is
herinnering
èn dreumen
van wat veur
mie lig:
de weg, dee ik tut noo too ging,
tut waor dee weg een
ende krig.
Gin mense wet hoo lang,
hoo wied,
want ieder hef zien eigen tied.
Derk Jan ten Hoopen.
|
|
Oudjaar
|
|
Het joelfeest wordt vanaf de 1e kerstdag tot aan
Driekoningen op 6 januari gevierd.
In de Germaanse tijden werden in de periode vanaf 25
december tot 6 januari, ook wel dertiendag genoemd, de
offerfeesten gevierd. Er werden offers in de vorm van
geslachte wilde zwijnen, oogstfruit, noten etc. gebracht
aan de Goden om ze gunstig te stemmen. De boze geesten
werden met licht, dmv kaarsen en lawaai, luid gejoel,
geweerschoten en osse- of midwinterhoorns verjaagd. De
geesten binnen in de leefruimte werden met wierook
verjaagd en uitgerookt. Men bakte joelkoeken en -broden.
Het Germaanse heidense joelfeest, wordt niet meer als
zodanig gevierd. Hier is het oudjaarvieren voor in de
plaats gekomen. Het uitluiden, het afsteken van vuurwerk
en het midwinterhoornblazen (zie pagina oudjaar) is van
het joelfeest afgeleid. |
|
De laatste dag van het jaar
|
Tegenwoordig wordt oudejaarsvond vaak gevierd met
spelletjes. Op de televisie zijn speciale programma's
zoals het traditionele oudejaarscabaret. Ook wordt er
geregeld een oliebol, appelflap of beignet rondgedeeld.
Vanaf de koffie met flap of oliebol wordt er regelmatig
op de klok gekeken, hoeveel minuten men kan aftellen.
Het oude jaar wordt uitgezeten. Deze avond staat nog
altijd in het teken van bezinning. Men neemt zich
allerlei goede voornemens voor. Men kijkt nog even terug
op het afgelopen jaar. Natuurlijk mogen op deze avond de
alcoholische drankjes niet ontbreken. Klokslag 00.00 uur
wordt er een toost uitgebracht op het nieuwe jaar.
Iedereen wenst elkaar een gelukkig en gezond nieuwjaar,
gepaard gaande met omhelzingen en klapzoenen. Na het
luiden van de klok wordt champagne geschonken en wordt
er getoost op het nieuwe jaar.
|
|
 |
Oliebollen
250 gram tarwemeel
20 gram verse gist
2 1/2 dl lauwe melk
50 gram krenten
50 gram rozijnen
50 gram sucade
2 gram zout
sap van een halve citroen
olie
poedersuiker
|
|
Maak de gist aan met een beetje lauwe melk. Doe dat
samen met het meel, melk, krenten, rozijnen, sukade,
citroensap en zout in een schaal en meng alles tot een
stevig beslag.
Laat het beslag op een lauwe plaats, afgedekt met een
schone theedoek, 1 uur rijzen.
Verhit de olie tot 180 C. Neem 2 eetlepels en doop
ze even in de olie. Vorm tussen de lepels een hoopje
beslag en laat dat in de hete olie zakken. Bak ze, met
ongeveer 5 tegelijkertijd, in 5 à 6 minuten goudbruin.
Keer ze halverwege de baktijd. U kunt de goede
temperatuur bepalen door een broodkorst in de olie te
leggen; blijft deze boven in de pan drijven dan is de
temperatuur goed.
Laat de bollen uitlekken op keukenpapier en bestrooi ze
met poedersuiker. Eet ze bij voorkeur warm.
|
|
á
naar
boven |
|
Vuurwerk
Om de boze geesten van overledenen te verjagen werd er
flink lawaai gemaakt. Men deed dit met trommelslagen en
klokkengelui. Tegenwoordig dor het afsteken van
vuurwerk of het knallen van een carbidbus |

|
|
... en dan die eerste dag
|
|
Voor je ligt een heel leeg
jaar. Tijd om al je goede voornemens
eindelijk eens uit te voeren bijv. stoppen met roken,
lijnen, oude plannen eindelijk eens waarmaken.
Veel families gaan bij elkaar op viste om elkaar het
'nieuwjaar af te winnen'. De straten liggen vol van
vuurwerkresten. De laatste oliebollen worden opgegeten,
tijd om even lekker een paar dagen uit te buiken.
|
|
De snoeptoete
|
In
Nederland is het in de Achterhoek lange tijd
gebruikelijk geweest, dat kinderen op 1 januari langs de
deuren in hun eigen buurt gaan met een nieuwjaarswens,
zoals "Gelukkig Nieuwjoar, is de toete al kloar?",
waarbij de kinderen een zakje (toete, vergelijkbaar met
verschillende andere dialecten en het Duitse "tüte")
krijgen met snoepgoed erin. Dit zakje is van oudsher
gevuld met een stukje fruit (meestal een mandarijn),
doppinda's en wat snoep. (Bron: wikipedia)
|
|
De foekepot
|
In de Achterhoek is het nog steeds op meerder plaatsen
de gewoonte dat kinderen verkleed als de 3 wijzen uit
het oosten in de vroege ochtend op 1 januari aankloppen
bij de buren. Met een foekepot en al liedjes zingend
winnen ze de buurt het nieuwjaar af. Als dank krijgen ze
een 'gift' in de vorm van snoep of fruit.
De foekepot is 'n primitief muziekinstrument. Het
woord 'foek' geeft de grappige toon van het instrument
weer. Deze naamgeving noemt men een 'onomatopee', dat
wil zeggen een door klanknabootsing gevormd woord. De
klank van de foekepot, ook wel rommelpot genoemd, wordt
veroorzaakt door een pot waar via de bovenkant een
stokje of takje in is gestoken. Over de opening van de
pot is een varkensblaas gespannen. Door over het iets
bevochtigde en uitstekende stokje te wrijven komt het
foekefoeke-geluid tot stand. Jongeren gaan in de
carnavalstijd met dit 'bedelwerktuig' al zingend langs
de buurtbewoners om geld of snoep op te halen.
|
|
|
Foekepotteri-j, foekepotteri-j
geef me een centje dan ga ik weer voorbij
Ik heb geen geld om brood te kopen
daarom moet ik met de foekepot lopen
Foekepotteri-j, foekepotteri-j
Geef me een centje dan ga ik weer voorbij |
De foekepot wordt gemaakt van een blikje of potje,
daarop is een varkensblaas gespannen. In het midden zit
een klein gaatje waarin een stokje wordt gestoken. Door
met natte handen het stokje te draaien en te schuiven
hoor je het specifieke 'foeke-foeke' geluid.
Een ander gebruik was vroeger het rondgaan met de ratel.
In het dorp werden mensen aangesteld die
met de ratel het jaar officieel moesten 'uitluiden'. In
veel dorpen vond het nieuwjaarszingen plaats. De
armen gingen de buurt door en zongen speciale nieuwjaarsliedjes met de bedoeling wat extra geld op te
halen.
|
|
Een foekepot maken
Wat heb je nodig:
-
leeg conservenblikje met uitstaande rand
-
dunne verf- of bamboestokje of iets dergelijks
-
droge varkensblaas
-
dun touwtje
-
De varkensblaas om het uiteinde van het bamboestokje
vouwen en wel in het midden;
-
met een dun touw de blaas vastzetten om de eerste
verdikking bij het tussenschot van het bamboestokje;
-
de blaas over de rand van het verfblik spannen en wel
zo dat het bamboestokje in het midden zit;
-
de blaas met dun touw vastzetten onder de uitstekende
rand;
als het goed is staat het bamboestokje nu vanzelf
recht omhoog;
-
de foekepot in de ene hand houden en tegen de borst
drukken;
-
even flink spugen in de andere hand en dan met vochtig
hand stroef langs het bamboestokje bewegen: 'pompen'
maar!
-
Zie linkenpagina: De Rommelpot
|
|
Driekoningen 6 jan.: zie "januari"
|
|
Vaak werd er een
driekoningenkoek gebakken waarin een boon verstopt zat. Wie
het stuk koek met de boon kreeg, mocht de koning zijn en
dus bepalen welke spelletjes er werden gespeeld.
|
|
Schrikkeljaar
|
Lang geleden ontdekten sterrenkundigen in de buurt van
de Nijl in Egypte, dat om de 365 dagen telkens dezelfde
ster op dezelfde plek aan de hemel stond. Het was de
ster Sirius. Men redeneerde heel logisch en stelde vast
dat de aarde er precies 365 dagen èn 'n kwart dag
overdeed om helemaal rond te draaien. Die periode werd
'jaar' genoemd.
Het probleem van die 6 uren extra werd
heel handig opgelost door er om de 4 jaren een extra dag
bij te smokkelen. Dat is nu nog steeds zo. De 29e
februari. Elk jaar dat deelbaar is door 4 krijgt die
extra dag in februari. Het schrikkeljaar dus. M.u.v. een
jaar dat op 2 nullen eindigt, zoals 1700, 1800 en 1900.
Alleen de eeuwen 1600, 2000 en 2400 etc., die krijgen
weer wel die extra schrikkeldag erbij.
|
|
De
kalender
|
|
De Germanen vierden hun nieuwe jaar vanaf 21 december
tot 6 januari. De Romeinen hadden als eerste dag 1
maart. en de eerste Christenen vierden het nieuwe jaar
met Pasen. Het was dus knap rommelig allemaal. Keizer
Julius Ceasar die vond het maar niks en gaf een geleerde
genaamd Sosgines de opdracht een goeie kalender, met een
tijdsberekening die voor iedereen op dezelfde dag begon,
op te stellen. Gekozen werd voor de middelste dag van
het Germaanse joelfeest, het feest waarop het langer
worden van de dagen gevierd werd. Onze kalender heet ook
nu nog steeds de Juliaanse kalender. |
|
Joorskoken |
|
500 gram bloem
250 gram boter
250 gram donkerbruine suiker
125 gram stroop
30 gram gemalen anijs
4 eieren
2 theelepels kaneel
2 eetlepels suiker
zout
water
spekzwoerd of boter
(rond wafelijzer) |
 |
|
De eieren met de gewone suiker loskloppen en bruine
suiker toevoegen. Roer er nu in kleine hoeveelheden de
gesmolten boter en de bloem door en vervolgens – al
roerende – de kaneel, de anijs en het zout naar smaak
doorheen. Voeg water toe tot het beslag een dikte heeft
gekregen van bijvoorbeeld yoghurt. Vet het ijzer in met
een spekzwoerd of wat boter en schep er telkens 1
eetlepel beslag in. Bak de wafels in een paar tellen
bruin en rol ze dan meteen op, met behulp van een stokje
of de steel van een houten lepel. Als het beslag te
stijf is geworden, kunt u het verdunnen met een beetje
water. Bewaar de koeken in een goed afgesloten weckfles
of trommel.
|